|
Stranden en vulkanen op een tropisch eiland
Zevenduizend kilometer van Parijs ligt nog een stukje Frankrijk: de Franse Antillen. Guadeloupe is een van de bekendste van deze Caribische eilanden. Er komen ook vanuit Nederland toeristen naar dit aan natuur en typisch Frans/West-Indische cultuur rijke eiland dat zichzelf graag afficheert als rustig, beschaafd en niet toeristisch. De combinatie van Franse en Caribische keuken is heel overtuigend. De droge periode, van half december tot half juni, leent zich qua temperatuur het beste voor een verkenning. Guadeloupe is niet groot, iets meer dan de helft van Luxemburg. De wegen zijn niet slecht, maar lenen zich niet voor het maken van lange tochten. Bovendien is het altijd verstandig om voor het donker binnen te zijn.
Wij logeerden op drie plaatsen: in Gosier vlakbij het vliegveld van Pointe-à-Pitre, waar we ook de auto haalden en brachten, in St. Francois en in Grand Anse. We noemen de bezienswaardigheden die we vanuit de twee laatste plaatsen bezochten. Een nadere routebeschrijving is niet nodig, er zijn maar weinig wegen.
Grande-Terre
Guadeloupe is een vlindervormig eiland. De ‘vlinder’ koerst van zuidoost naar noordwest. De rechtervleugel op de kaart is het vrij vlakke land dat Grande-Terre heet. Hier zijn de kusten zeer fraai. De linkervleugel heet Basse-Terre en hier vinden we het tropisch regenwoud van het eiland en een echte vulkaan.
Vanuit Saint Francois op Grande Terre, een badplaats met een prachtige lagune en witte zandstranden, hebben we met de huurauto het indrukwekkende kustgebied van het oosten verkend. Ook reden we naar Le Moule, waar enkele historische gebouwen staan, Sainte Anne, een half uurtje van Saint Francois heeft het prachtige witte zandstrand van La Carvelle.
In deze hoek van het eiland reden we door immense suikerrietvelden naar de lagune van Anse Maurice om te snorkelen bij het koraalrif. In het noorden van Grande-Terre heb je prachtige uitzichten op de klippen aan zee en hier ligt ook het vissersdorpje Port Louis met houten huisjes in felle kleuren. Guadeloupe staat bekend om de merkwaardige kerkhoven. Dat van Morne à l’eau is amfitheatervormig met graftombes in een wit-zwart dambordpatroon.
Basse Terre
Dé badplaats van Basse Terre is Grand Anse in het noordoosten van dit deel van het eiland. Schitterende stranden! Van hieruit zijn diverse exclusieve tochten mogelijk. Wij reden o.a. de beroemde ‘traverse’, over de breedte van het eiland en geheel door tropisch regenwoud. Diverse unieke wandelmogelijkheden onderweg met watervallen als richtpunt. Het is een Nationaal Park, alles is er goed geregeld voor de onwennige bezoeker.
De vulkaan van Guadeloupe, in het zuiden van Basse Terre, is een hele echte van ruim zestienhonderd meter hoog. “La Soufrière” is nog behoorlijk actief, je ruikt de zwaveldampen. Komend vanuit het noorden ligt zich na St Claude bij Savana à Mulets de parkeerplaats om aan een lange wandeling naar de top te beginnen. Reken op minstens anderhalf uur plus wat tijd om boven rond te lopen. De natuur is overweldigend onderweg en als je geluk hebt, en dat hadden we, is de top wolkenvrij en kun je genieten van een fenomenaal uitzicht over bossen, kust en zee. |